Koopzondag voor de klant of rustdag voor de winkelier? Leg het vast in de huurovereenkomst!

Veel verhuurders en huurders maken gebruik van de modelhuurovereenkomsten en de algemene bepalingen van de Raad voor Onroerende Zaken (ROZ). In die algemene bepalingen (artikel 9.7) staat o.a. de verplichting van huurder om het gehuurde ”…binnen de door de bevoegde instantie vastgestelde openingstijden voor het publiek geopend te houden en daarin daadwerkelijk zijn bedrijf uit te oefenen.”

Hoe zit dat met de (koop)zondagen?

Deze verplichting om de winkel geopend te houden tijdens openingstijden zal, zolang het gaat om doordeweekse dagen en zaterdagen, geen onoverkomelijke verplichting zijn. Maar hoe zit dat met de (koop)zondagen? Kleinere winkeliers kunnen om redenen van praktische of financiële aard niet altijd op alle zondagen de winkel open houden. Maar ook zijn er winkeliers die vanwege hun geloofsovertuiging de zondag als rustdag beschouwen.

Beide winkeliers hebben een probleem als de bevoegde instantie (lees: ‘de gemeente’) besluit dat een automatische vrijstelling wordt verleend van artikel 2 lid 1 sub a van de Winkeltijdenwet, waarin staat dat het verboden is om een winkel voor het publiek geopend te hebben op zondag.

Komt de huurder namelijk de verplichting niet na om gedurende de vastgestelde openingstijden de winkel geopend te houden, dan moet hij volgens de algemene bepalingen van de ROZ (artikel 31) aan de verhuurder een boete betalen van € 250,-- per kalenderdag. Dat kan met 52 zondagen per jaar behoorlijk oplopen.

Winkeltijdenwet leidt tot aanpassen huurovereenkomst

Dit risico was met name politieke partijen met een christelijke signatuur een doorn in het oog. Een motie om de Winkeltijdenwet aan te passen en te voorkomen dat winkeliers gedwongen konden worden om op zondag open te gaan is echter gestrand in de Eerste Kamer. De minister van Economische Zaken heeft in een brief van 17 maart 2014 aan de Eerste Kamer gesteld zulke wetgeving als een forse inbreuk op de contractsvrijheid van partijen te beschouwen. Of te wel, huurders en verhuurders van winkelruimte moeten volgens de minister kunnen afspreken wat ze willen en de minister beknot hen hierin niet.

Als de huurder dus vóór de totstandkoming van een nieuwe huurovereenkomst geen afwijkende afspraak hierover maakt met de verhuurder, dan verbeurt de huurder gewoon € 250,-- boete per kalenderdag als de winkel niet open is op koopzondagen. Volgens vaste rechtspraak geldt immers dat aan een taalkundige betekenis van de tekst van een beding, gelezen in het licht van de strekking daarvan, doorslaggevende betekenis toekomt en het betreffende beding als opgenomen in artikel 9.7 van de algemene bepalingen is nauwelijks voor meerdere interpretaties vatbaar. Weliswaar kan een rechtbank de verschuldigde boete wel matigen, maar dan moet de huurder wel eerst bewijzen dat het betalen van de volledige boete tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. Dat is lang niet altijd een eenvoudige bewijspositie.

Teneinde huurders hierin toch enigszins tegemoet te komen, heeft de ROZ de volgende bepaling geformuleerd die partijen in de huurovereenkomst zelf kunnen opnemen, bijvoorbeeld onder het kopje ‘Bijzondere bepalingen’:

“Indien de reguliere openingstijden zodanig zijn vastgesteld dat daartoe ook openstelling op een of meerdere zondagen plaatsvindt, kan verhuurder het niet nakomen van openstelling op zondag door huurder niet afdwingen met een direct opeisbare boete, zoals opgenomen in artikel 31, indien de huurder een onderbouwd verzoek heeft gedaan aan verhuurder niet op (alle) zondagen open te kunnen gaan en verhuurder met dat verzoek heeft ingestemd. De verhuurder zal niet op onredelijke gronden deze instemming onthouden.”

Let wel; de ROZ heeft de algemene bepalingen en de modelhuurovereenkomst dus niet aangepast! Partijen moeten zelf in de huurovereenkomst deze bepaling opnemen. Nu het echter gebruikelijk is dat de (makelaar van de) verhuurder de huurovereenkomst opstelt en huurders meestal minder goed in staat zijn om de inhoud van de algemene bepalingen te doorgronden, zal het de gemiddelde huurder niet opvallen als er over koopzondagen geen afwijkende bepaling in de huurovereenkomst is opgenomen.

De tip voor huurders van winkelruimte is dus: realiseer je dat de algemene bepalingen van de ROZ zijn opgesteld door een belangenvereniging voor verhuurders. De algemene bepalingen zijn dus ook vaak in het voordeel van de verhuurder geformuleerd. Bovendien blijven het standaardbepalingen die lang niet altijd van toepassing zijn op de individuele situatie van de huurder. Het is dus raadzaam om juist ook de algemene bepalingen van de huurovereenkomst kritisch te bekijken en afwijkende bepalingen in de huurovereenkomst op te nemen. Dat geldt niet alleen voor de (koop)zondagen!

Heeft u hulp nodig bij de onderhandelingen over een te sluiten huurovereenkomst of juist over de gevolgen van een al gesloten huurovereenkomst? Bel gerust voor een kosteloos intakegesprek. Ik denk graag met u mee!

Lees meer over huurrecht.